Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
o5
verbindingen geldt hetzelfde, wat wij van de pot-
asch-zouten gezegd hebben. Wij zien dus, welk
eene gewigtige stof ook de soda voor den landbouw
is. Wij moeten steeds van haar gebruik maken
bij gronden, wier onvruchtbaarheid uit geene an-
dere oorzaken kan worden afgeleid, en alsdan doet
soms eene bemesting met keukenzout wonderen.
Onder de verbindingen der soda met zuren,
komt ook in aanmerking die met zwavelzuur, de
zwavelzure soda of het zoogenoemde Glauberzout,
in zoo verre dit meermalen als geneesmiddel voor
het vee wordt aangewend. Ware het Glauberzout
goedkooper, dan zoude dit ook als meststof te
gebruiken zijn. Men wü, dat zulks vooral op
vruchtboomen eenen bijzonder gunstigen invloed uit-
oefent.
Eene bovenal belangrijke zuurstof-verbinding is
die met het calcium, welke den ons allen beken-
den gebranden of levenden KalJe oplevert. De
zuivere kalk is bijtend, doch met eenig zuur ver-
bonden, verliest hij deze eigenschap geheel. De
zuren, met welke de' kalk het veelvuldigst ver-
bonden voorkomt, zijn koolzuur en zwavelzuur.
Met het eerste vormt hij het krijt, het marmer
en andere kalksteensoorten, als ook de schelpen
van de oesters en alle overige weekdieren; met
het laatste het gips. Beide zouten bevatten eene
zekere hoeveelheid water, die wij wel niet opper-
vlakkig kunnen waarnemen, maar welke door de