Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
wooiilijk zeer droog is en zich als snuif laat aan-
voelen. ]\Ieermalen groeit er ook slecht gras op
de weiden, omdat deze de oplosbare kiezelaarde
tot plantenvoedsel ontbreekt, en daarom doet het
aanbrengen van fijn zand op eenen zwarten, veen-
achtigen grond dikwerf meer nut, dan de beste
mest.
Hieruit blijkt, hoe nuttig het voor den land-
bouwer is te weten, onder welke omstandigheden
de kiezelaarde zich oplost, ten einde daar, waar
hij vermoedt dat de grond gebrek aan deze stof
heeft, hare oplossing te kunnen bevorderen. Daar-
toe geeft ons nu het koolzuur een voortreffelijk
middel aan de hand. De kiezelaarde of het kie-
zelzuur is namelijk in het zand niet in eenen zui-
veren toestand voorhanden, maar altijd met an-
dere stoffen, met soda, potasch, kalk, ijzer en
dergelijke verbonden, met welke het kiezelzure
zouten vormt. Het koolzuur nu heeft tot alle deze
ligchamen eene veel grootere verwantschap dan
het kiezelzuur, ten gevolge waarvan het zich met
deze verbindt, zoodra het daarmede, in vermenging
met water, in aanraking komt. Het maakt alzoo
het kiezelzuur los, dat zich op zijne beurt in het
water oplost en alsdan door de planten kan wor-
den opgenomen. Hebben wij dus eenen versch
bemesten grond, in welken zich veel koolzuur
vormt, dan moet deze oji de ontleding der aan-
wezige kiezelverbindingen eenen grooten invloed