Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
iv
48
/
heeft dus ook hier een gestadige omloop plaats.
De verbindmg der zuurstof met kiezel geeft
het voor den landbouw zoo hoogst belangrijke
Miieieelisiiiir ^ zijnde de gewone keiaarde, het
zand, of het hoofdbestandddeel van alle gronden,
vooral van de zoogenoemde zandgronden. Ook
vinden wij het met andere aardsoorten innig ver-
bonden, en vormende alsdan klei- of kalkgrond,
bij welke gronden de kiezelaarde, ofschoon dan
ook in mindere hoeveelheid aanwezig zijnde, toch
de hoofdrol speelt.
Met de volgende eigenschappen van het kiezel-
zuur of de keiaarde mag de landbouwer niet on-
bekend zijn:
1°. Zij neemt zeer weinig water tot zich en
laat het opgenomene gemakkelijk weder los. Van
daar dat zandgronden zoo spoedig uitdroegen.
2°. Zij schijnt wel onoplosbaar in water, maar
zulks is niet geheel onvoorwaardelijk het geval;
want onder zekere omstandigheden laat zij zich
werkelijk oplossen en wordt dan als voedsel op-
genomen door de planten, die tot vorming van
hare vaste deelen, zoo als van de halmen bij de
graansoorten enz., volstrekt kiezelaarde behoe-
ven. Het is namelijk meestal gebrek aan kiezel-
aarde , dat ons zeer zwakke korenhalmen doet aan-
treffen, welke zich niet overeind kunnen houden,
maar tegen den grond vallen; vooral in veenach-
tigen of zoogenoemden zwarten grond, die ge-