Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
■I7i
zijn van weinig koolzuur, in water onoplosbaar blij-
ven, zich daarin gemakkelijk oplossen, zoodra er
eene meerdere hoeveelheid aanwezig is. Gelijk on-
der anderen ook plaats heeft met het ijzer-oxydule,
dat zich alleen dan in water oplost, wanneer het met
eene groote hoeveelheid koolzuur verbonden is.
Uit dit voorbeeld zien wij tevens hoe nuttig het
is, dat ook de landman van deze verhouding der
ligchainen tot het koolzuur eenige kennis heeft.
Het kan b. v. noodig zijn, om een land opzette-
lijk met eenig water te bevochtigen, en is nu dit
water rijk aan koolzuur, dan kan het eenen hoogst
weldadigen invloed iiitoefenen, voor zoo ver zulks
vele stoffen, die in den grond aanwezig zijn, op-
losbaar maakt.' Bevindt er zich echter in den grond
veel ijzer-oxydule, gelijk dikwerf liet geval is, dan
zal de werking, integendeel, zeer ongunstig zijn,
omdat dit dan wordt opgelost, en hoogst ongun-
stig op den plantengroei werkt. Door het toe-
voegen van andere ligchamen, als gebranden
kalk en dergelijke, kan men evenwel aan zulk
water de overmaat van koolzuur ontnemen en al-
zoo de oplossing van te veel ijzer-oxydule verhin-
deren.
"Wegens den hoogst belangrijken invloed, dien het
koolzuur op den groei der planten uitoefent, heb-
ben wij ons daarmede lang bezig gehouden. Ten
slotte moeten wij nog opmerken, dat wij allen
het koolzuur dikwerf met smaak gebruiken; want