Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
jende mesthoop, die warmte, en bij rottend hout,
dat dikwerf Hebt afgeeft, en hetwelk alsdan on-
der den naam van glimhout bekend is.
Verbinding van zuurstof met koolstof is alzoo
de hoofdzaak, zoowel bij verbranding als bij ver-
rotting. Beide verschijnselen verschillen dus al-
leen in den sjjoed, waarmede zij plaats hebben,
en daarom kan men de verrotting eene langzame
verbranding noemen.
Behalve deze thans opgegeven wijzen, waarop
het koolzuur ontstaat, namelijk door ademhaling,
verbranding en verrotting, zijn er ook nog andere,
schoon voor ons minder belangrijke oorzaken,
zoo als b. v. de gisting. Bovendien levert ook
de grond eene aanzienlijke hoeveelheid koolzuur
op, nu eens in verbinding met water,.zoo als in
sommige minerale-wateren, dan weder in onver-
mengden toestand, als lucht of gas, gelijk in de
hondsgrot te Napels, waaruit aanhoudend kool-
zuurgas opstijgt, alsmede uit de vuurspuwende
bergen.
Tot de voornaamste eigenschappen van het
koolzuur behooren: zijne ongeschiktheid tot ha-
ademing en zijne grootere zwaarte dan die van
den dampkring. Want schoon het ook al voor
een klein gedeelte in deze aanwezig blijft, zoo
treffen wij het toch, wegens die meerdere zwaarte,
vooral aan in groeven en dergelijke plaatsen on-
der den grond, waar het reeds meermalen den