Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ÓG
zamenstellende deelen, in zuurstof namelijk en
waterstof, ontleedt. Op dezè wijze wordt er eene
groote hoeveelheid water bij den groei der ]ilanten
verbruikt en als 't ware vervormd.
Het uiterlijke voorkomen van het water hangt
van de warmte af: bij koude doet het zich droog,
als ijs voor; bij de gewone temperatuur is het
vloeibaar, en wordt 3eze temperatuur verhoogd,
dan gaat het tot waterdamp over. Van dezen damp
kan de dampkring, zoo als wij vroeger reeds ge-
zegd hebben, eene groote hoeveelheid opnemen;
terwijl hij hem niet eerder weder loslaat, dan na
dat hij tot eenen zekeren graad bekoeld is. Heeft
nu deze bekoeling boven in de lucht plaats, dan ont-
staan de wolken, die, allengskens zwaarder wor-
dende, het water eindelijk weder als regen ontlasten.
Maar ook wanneer er geene wolken ontstaan,
laat de lucht een gedeelte waterdamp bij verkoe-
ling, en dus vooral des nachts, als dauw vallen.
Hierbij echter komen ook nog andere oorzaken in
het spel, die Avij evenwel voor ons doel met stil-
zwijgen kunnen voorbij gaan. Genoeg zij het voor
ons, dat een en ander van grooten invloed is op
den groei der gewassen, en dat, daar wij onver-
mogend zijn, om zelfs slechts eenen droppel water
uit de lucht te doen nedervallen, wij den geschik-
sten tijd van regen en zonneschijn aan de almagt,
de wijsheid en de liefde van den Heer der natuur
moeten overlaten.