Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ÖJ5
de natuur nimmer geheel zuiver voor. De zoo
genoemde aanslag, dien wij in onze waterketels
aantreffen, nadat zij eenigen tijd gebruikt zijn, is
door dergelijke stoffen gevormd, omdat zich tel-
Ivens bij het koken en verdampen van het water
een gedeelte van deze afzondert en aan den bo-
dem van den ketel vasthecht. — Zelfs het regen-
water is nimmer volkomen zuiver.
Om geheel zuiver water te verkrijgen, moet men
dit overhalen of distelleren; eene bewerking, die
bij het stoken van brandewijn plaats heeft. Hier-
bij gaat het zuivere water in damp over, en verdigt
zieli vervolgens bij de bekoeling weder tot water,
terwijl de onzuivere vaste deelen terug blijven.
Dat het regenwater beter dan het pompwater met
zeep schuimt en geschikter is tot het wasschen
van linnen, wordt alleen veroorzaakt, doordien in
het laatstgenoemde veel meer vreemde deelen,
vooral kalkzouten, aanwezig zijn, die scheikundig
op de zeep werken en haar in eene onoplosbare
zeep veranderen. Het zijn vooral deze vreemde
deelen, welke zich in het water bevinden, die
den grond vruchtbaarder maken, omdat zij, bij
het verdampen van het water, aldaar terug blijven.
De oplossende uitwerking van het water is in
de meeste gevallen slechts werktuigelijk, dewijl er
de stoffen bloot mede vermengd zijn. Zijne schei-
kundige werking bestaat hoofdzakelijk daarin, dat
het zich, ten koste van andere stoffen, in zijne