Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
grootste gewigt; want een akker moge nog zoo
rijk aan plantenvoedsel zijn, zoo lang dit niet op-
gelost is, kan zulks niet den minsten invloed op
de planten uitoefenen, en daarom bekoort het tot
de groote kunst van den landbouwer, om deze
onoplosbare stoffen oplosbaar te maken. Er zijn
echter, en hoe belangriyk moet dit geacht worden!
er zijn eene menigte andere stoffen, die op deze
onoplosbare ligchamen zóó weldadig werken, dat
zij oplosbaar worden. Dit nu is wel een onder-
werp, waarover veel meer te zeggen is, dan ons
bestek toelaat, maar niet te min behoort een kun-
dig landbouwer daarmede volkomen bekend te
zijn. Wij zullen ons thans slechts vergenoegen,
met een algemeen voorbeeld hiervan op te geven.
Wij weten, dat ijzer, zoo lang het zich als me-
taal voordoet, onoplosbaar is in water. Wordt
het echter vochtig, en komt het daarbij in aanra-
king met de zuurstof, b. v. uit den dampkring
of van elders, dan verandert het in ijzer-oxydule,
dat ook als zoodanig nog onoplosbaar is. Komt
echter dit ijzer-oxydule verder in aanraking met
koolzuur, eene stof, die wij later nader zullen lee-
ren kennen, dan wordt zulks, zelfs meermalen te
veel, oplosbaar, en brengt dan door eenen te
grooten overvloed, dikwijls nadeel toe aan de plan-
ten, die 't met het water opnemen.
Terwijl het water de eigenschap bezit, om ook
nog andere stoffen op te nemen, zoo komt het in