Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
■?i5BÜ

4 30
verkeerd het is, om bij sterke droogte den grond
niet te hakken, hoewel zulks door de meeste land-
lieden wordt nagelaten, uit vrees van daardoor
den grond nog sterker te doen uitdroegen. Deze
meening is geheel onjuist; tenvijl vooral bij
droogte do inwerking van den dampkring op den
grond van het grootste gewigt is, omdat deze al-
tijd eenige vochtigheid aan dezen afstaat, welk
vocht, hoe losser de aarde is, ook des te beter
kan worden opgenomen. Mogen er al bij dag
eenige vochtdeelen uitdampen, deze krijgt de grond
bij nacht ruimschoots terug; terwijl die vocht-
f deelen bovendien bezwangerd zijn met eene groo-
(' tere of kleinere hoeveelheid van de vruchtbare
I stoffen uit den dampkring, Avaarvan wij zoo even
\ gesproken, hebben.
Het thans gezegde berust niet alleen op weten-
schappelijke gronden, maar ook de ondervinding
bevestigt zulks ten duidelijkste. Want een kla-
verveld, zal b. v. na langdurige droogte, veel
frisscher 'planten aan de kanten van den akker
dan op eenige andere plaats opleveren, wanneer
deze kanten met diep of versch omgeploegd land
in onmiddelijke aam-aking zijn.
Bij aanhoudende droogte alzoo moet men den
grond behoorlijk hakken, en men zal daarvan de
beste gevolgen ondervinden. Alleen is die raad
niet toepasselijk op zeer ligte zandgronden, want
bij dezen kan, ten gevolge hunner groote los-