Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
binden kan. Volgens de wijze inrigting in de na-
tuur, dringt de dampkringslucht overal in, en
slechts spaarzaam wordt zij hier en daar door zwaar-
dere luchtsoorten verdrongen. Niets is dus na-
tuurlijker, dan dat ook de zuurstof in aUe ruim-
ten aanwezig is en er hare eigenaardige werking
uitoefent.
Wel is het algemeen bekend, dat versehe lucht
overal eenen hoogst weldadigen invloed verspreidt;
maar minder in het oog vallende is hare werking
op den akkergrond, en toch ook voor dezen is
zij onmisbaar. Daarom wordt hij geploegd en om-
gespit , opdat de "lucht zoo diep mogelijk den grond
zoude kunnen indringen. Maar al te dikwijls
hebben wij gelegenheid om op te merken, hoe
slecht de planten voort willen, wanneer de grond
met eene vaste korst is bedekt, en thans begrij-
pen wij hiervan de oorzaak: omdat namelijk de
lucht deze vaste korst niet kan doordringen.
Behalve de zuurstof, als onmisbaar voor den
plantengroei, zijn er ook nog andere stoffen, schoon
in veel geringere hoeveelheid, in den dampkring
voorhanden, die deels door den grond, deels door
de planten zelve opgenomen worden, en op haren
wasdom eenen weldadigen invloed uitoefenen. Op
eene wijze, waarvan voor het oogenblik het hoe
niet duidelijk verklaard kan worden, bevmden zich
dikwerf fijne stofdeeltjes, meermalen zelfs van
vaste ligchamen, in den dampkring, die insgelijks