Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Eene vermenging van zuurstof en stikstof, en
wel van ruim '/s ^^ eerste en ongeveer Vr
der laatste, vormt, zoo als wij reeds gezegd heb-
ben, onze ilaniplivittgsSlxivhU Deze stoffen zijn
intusschen in den dampkring niet innig met elk-
ander verbonden, zoodat zij geen wezenlijk za-
mengesteld ligchaam vormen, gelijk b. v. dat van
zuurstof met ijzer of ijzerroest; maar zij zijn slechts
op eene werktuigelijke wijze vermengd, even als
water met wijn kan vermengd worden. Ten ge-
volge hiervan laten zij zich ook weder gemakke-
lijk van elkander scheiden. Terwijl alzoo de damp-
kringslucht geene verbinding van twee ligchamen
is, behoort hare behandeling eigenlijk niet hier te
huis, nu wij over verbindingen spreken, maar wij
willen dit zoo naauw niet nemen, wanneer wij
haar ten dien opzigte maar niet gelijk stellen met
de volgende verbindingen.
Wij weten nu allen , dat geen levend schepsel
zonder dampkringslucht kan blijven bestaan, en
tevens, dat hare hoofdwerking in deze door de
zuurstof wordt voortgebragt. Ook de planten heb-
ben deze zelfde lucht tot haren wasdom noodig,
en bezitten zelfs, vooral op de bladeren, bijzon-
dere vaten, door welke zij de zuurstof opslorpen.
Daar de zuurstof slechts met de stilvstof vermengd
is, zoo verlaat zij deze terstond, wanneer zij eene
stof aantreft, tot welke zij eene grootere verwant-
schap heeft, en waarmede zij zich eigenlijk ver-