Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
zoo hot eene grootere verwantschap tot het oxyde
heeft, zich daarmede verbinden en alzoo het
koolzuur losmaken. — Wij kiumen ons hiervan
gemakkelijk overtuigen, wanneer wij een weinig
zoutzuur op krijt droppelen. Krijt bestaat uit
kalk, of oxyde van calcium, en koolzuur; komt
nu het zoutzuur hiermede in aanraking, dan ver-
bindt zich dit met den kalk, en het koolzuur
wordt in lucht- of gasvormige gedaante uitgedreven.
Op deze verschillende verwantschappen tusschen
de ligchamen, steunen hoofdzakelijk alle scheikun-
dige werkingen die er in de natuur plaats heb-
ben. Hoe zeer blinkt hier weder de wijsheid
van den Schepper uit, die met schijnbaar geringe
middelen zulke groote uitkomsten te weeg heeft
gebragt.
Wij moeten echter nog op eene andere uitdrulc-
king der scheikmadigen onze aandacht vestigen, na-
melijk, op de , of zoutvatbare grondlagen,
en de basische ligchamen. Het oxyde namelijk, dat
zich met een zuur tot een zout verbonden beeft,
noemt men de basis van dat zout. Een basisch
ligchaam of een basisch zout is dus een zoodanig,
waarin de basis de overhand heeft, of dat niet
geheel door het zout is verzadigd.
Laat ons thans tot de beschouwing der zamen-
gestelde ligchamen overgaan, voor zoo ver hunne
kennis voor den landbouwer van belang kan wor-
den geacht.