Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
bij den phosphorus ophouden, omdat daaruit alge-
meene gevolgtrekkingen te maken zijn. Terwijl
er phosphorus in den grond aanwezig is, zou men,
oppervlakkig beschouwd, meenen, dat deze ook bij
donker licht van zich moest geven; maar de phos-
phorus heeft die eigenschap alleen, wanneer hij
zich in vrijen toestand met de zuurstof verbindt,
en in de aarde, even als in de beenderen der die-
ren, is hij met andere ligchamen vereenigd. Ook
zijn deze verbindingen Van phosphorus slechts in
zeer geringe hoeveelheden in den grond aanwe-
zig, zoodat hij, zelfs door scheikundige middelen,
moeijelijk aan te Avijzen is. Do landbouwer bezit
echter vaste kenteekenen, die hem onbedriegelijk
zeker het aanwezen dier stof verraden. Want
levert b. v. eei\ akker met garst, goed uitgegroeid,
glad en zwaar zaad op, dan kan hij verzekerd zijn,
dat de grond eene genoegzame hoeveelheid phos-
phorus heeft bezeten; immers zonder dezen zet het
graan zich nimmer behoorlijk uit. Wij moeten
ons ook herinneren, dat de hoeveelheid phospho-
rus, die in den grond voorhanden is, toch altijd
slechts betrekkelijk klein moet genoemd worden;
want gesteld eens, dat in elk pond aarde slechts
een honderdduizendste gedeelte phosphorus aanwe-
zig zij: hoeveel duizenden en nogmaals duizenden
ponden aarde zoude nu wel een bunder lands niet
kunnen opleveren? En waarlijk, al die honderd-
duizendste gedeelten dezer duizenden en duizenden