Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
IS
met andere ligcliamen voorhanden. Plet komt in
sommige ojizigten met de zuurstof overeen, doch
ook in andere wijkt het geheel van deze af. Even
als de zuurstof verbindt het zich gemakkelijk met
vele ligchamen en onderhoudt de verbranding;
maar voor de ademhaling is het ten eenen male
ongeschikt.
Sedert eenige jaren heeft men eene andere
eigenschap van het chlore, zijn ontkleurend ver-
mogen, in het groot toegepast op het bleeken
van linnen, katoen en papier. Het chlore, name-
lijk, vereenigt zich zeer gemakkelijk met plantaar-
dige kleurstoffen, en maakt die alsdan wit, waar-
door er, ook hier te lande, vele zoogenoemde snel-
bleekerijen zijn opgerigt. Gaat men bij dit blee-
ken echter niet met do vereischte voorzigtigheid
te werk, dan wordt het doek zelve aangegrepen,
en van hier dat zooveel doek en papier aanmer-
kelijk in duurzaamheid verliest, en spoedig verslijt.
Nog eene andere eigenschap van het chlore is
voor de geheele menschheid van groot belang;
namelijk dat het smetstoffen kan ontleden, in den
dampkring door deze of gene omstandigheid aan-
gebragt; hierdoor is het een allerheilzaamst middel,
om de verspreiding van aanstekende ziekten te-
gen te gaan. ^
In vele planten is het chlore als een bestand-
deel voorhanden, doch minder bij degene welke
wij verbouwen, dan wel bij de planten, welke men