Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
191
Dit losmaken bevordert ook weder het ontleden
der bestanddeelen van den grond, waardoor men
meer phosphorzuur ter opname geschikt maakt.
Oefent nu het bearbeiden van den grond eenen
zoo gunstigen invloed uit op de garst, dan is het
altijd aan te raden, om dit gewas na aardappelen
of mangelwortelen te doen volgen, waardoor men
niet slechts eene grootere hoeveelheid, maar ook
meestal eene betere hoedanigheid van zaad ver-
krijgen zal. Deze vruchtvolging mag dus wel als
een algemeene regel gelden; terwijl men de zoo
even opgegevene alleen als uitzondering zal moe-
ten volgen.
In de zomergarst wordt, zoo als bekend is,
de Idaver gezaaid, eene plant, die wegens hai'e
lange wortelen, al het noodige voedsel diep in den
grond opzoekt, en wat zij hiervan niet als voedsel
verbruikt, meer naar boven in den grond terug-
brengt. Daarbij zorgt zij, door het verrotten van
hare vele wortelen, insgelijks voor het noodige
koolzuur en de stikstof. De grond, door jaren
lang te blijven liggen, heeft verder behoorlijk
tijd, om, dikwijls onder eene laag van koolzuur,
dat zich tusschen de planten opzamelt, het ver-
weren zijner deelen voort te zetten, en daarom is
men, niet ten onregte, algemeen van gevoelen,
dat do klaverstoppelen de plaats van mest kunnen
vervangen. Echter moet daarbij niet uit het oog
verloren worden, dat de hoeveelheid der mest-
stoffen, die men langs dezen weg verkrijgt, op