Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
179
nomen worden. Dit is namelijk het geval met de
stikstofhoudende voedingsmiddelen, die, wegens
hunne gemakkelijke oplosbaarheid, terstond worden
opgenomen , doch daarom ook niet zelden de planten
als het ware overvoeden, eene onevenredige verhou-
ding in de bestanddeelen voortbrengen, en daardoor
weder andere, dikwerf zeer nadeelige, omstandig-
heden kunnen doen ontstaan. Bovendien zijn,
bij versch bemeste akkers, de bestanddeelen van
den mest dikwijls niet volkomen met den grond
vermengd en behoorlijk verdeeld; het land is alzoo
niet gelijkmatig genoeg verbeterd, men vindt in
den beginne nog zeer magere naast zeer vette
plaatsen, en over het geheel doet zich de mest
in dit eerste tijdperk, zoo lang zijne ontleding
nog niet behoorlijk is voortgegaan, zoowel in
zijne slechte, als in zijne goede eigenschappen ken-
nen. Op grond hiervan is het duidelijk, dat men,
na eene versehe bemesting, zooveel mogelijk ver-
mijden moet, om de vruchtwisseling met zomer-
of wmter-graan te beginnen, en dat men liever
een gewas moet verbouwen, dat voor den regt-
streekschen invloed van den mest minder gevoelig
is. Hiertoe nu behoort, in de eerste plaats, de
tabak, daar d^e vooral potasch en ammoniak
behoeft, welke stoffen door verschen mest het
meeste worden opgeleverd, en die hij dus als uit
de eerste hand ontvangt. Buitendien neemt hij
van de andere bestanddeelen der graansoorten,
12*