Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
174
delijk, datlioe meer de oppervlakte van den grond
met de lucht in aanraking komt, des te meer
ook de vruclitbaarheid van hot land toeneemt.
Bij vochtige gronden is het aanleggen van
smalle bedden bijzonder aan te bevelen. Want in
het algemeen is eene al te groote vochtigheid
hinderlijk voor de ontleding der bestanddeelen
van den bouwgrond, omdat zij de toetreding der
lucht afsluit; en daarbij kunnen ook de wortelen
van verre de meeste planten eene steeds voortdu-
rende vochtigheid niet verdragen, zonder tot rot-
ten over te gaan. Ook is gewoonlijk de bodem
van vochtig land te vast, terwijl er bovendien
de wortels des te minder kunnen indringen, zoo
zich eene leemlaag of oerbank, zooals dikwijls het
geval is, onmiddelijk daaronder bevindt. Legt
men nu op een dergelijk land bedden aan van
omstreeks 6 voren breedte, dan brengt men de
aarde aanmerkelijk hooger, en ook de ontleding
harer bestanddeelen zal bij de meerdere droogte,
die zij hierdoor verkrijgt, zeer begunstigd worden;
zoo zelfs, dat dergelijke landerijen in de ontwikke-
ling van plantenvoedsel dikwerf voor veel gunsti-
ger gelegene niet onder doen. Hoe hooger en
dus hoe smaller de bedden zijn des te beter, niet
slechts om het in aanraking stellen van den grond
met de lucht te vermeerderen, maar ook' omdat
daar, waar zich eene oerbank kort onder de op-
pervlakte bevindt, de wortelen, door het ophoo-