Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1 ()!)
waar, wegens het gemis aan koolstofhoudende
bestanddeelen, minder invloed op het stroo, maar
in het algemeen is de korrel van betere hoeda-
nigheid, dan wanneer de grond, zonder braken,
alleen gemest is. Met deze betere hoedanigheid,
leert de ondervinding tevens, dat ook de hoe-
veelheid aanmerkelijk vermeerdert, indien de braak
met eene behoorlijke bemesting gepaard gaat.
Toen echter de toenemende navraag eene meer-
dere opbrengst vorderde, en men ondervond, dat
de mest, die op het land gebragt was, ook da-
delijk kon gebruikt werden, begon men de braak-
landen , in den beginne slechts hier en daar, doch
van tijd tot tijd al meer en meer te betelen. Op
deze wijze kwam men langzamerhand tot eene
verbeterde behandeling van de braak; terwijl deze
niet meer den zomer over bleef liggen, maar al-
leen des winters behandeld en in het vooijaar veel
gemest en met zomervruchten beteeld werd. Tot
deze zomervruchten werden diegene gekozen, welke
een vlijtig behakken toelieten, of die, zoo als de
boekweit, het onkruid verstikken, en daardoor
vergoedde men grootendeels, hetgene men door
het braken in den zomer zocht te verkrijgen. Het
braken behoort tot de vroegste stelsels van land-
bouw, en heeft ook hier te lande voormaals op
alle gronden plaats gevonden. De meeste kun-
dige landbouwers zijn evenwel thans genoeg-
zaam eenparig van oordeel, dat dit bralien ver-