Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Je kleinste aarddeeltjes. Wanneer iiu de zum--
stof en het koolzuur jaarlijks dan het eene dan
weder het andere aarddeeltje aangegrepeia hebten,
en haar verder indringen moeijelijker wordt, dan
vallen deze vaneen, zuurstof en koolzuur kunnen
weder gemakkelijk de versehe oppervlakte aan-
grijpen, en alzoo begint de ontleding weder op
nieuw.
De warmte werkt wel is waar op eene andere
wijze, maar zij veroorzaakt toch dezelfde uitkomst.
Zij zet namelijk alle ligchamen uit, maakt alle
ligchamen grooter van omvang, en brengt alzoo
ook de aarddeeltjes in eenen toestand, waarin
zuurstof en koolzuur weder gemakkelijker haren
invloed kunnen uitoefenen. Hierbij komt nog,
dat, door eene aanhoudende en tevens vochtige
warmte, de scheikundige werking verhoogd wordt,
en dat alsdan het verweren spoediger voortgaat.
Wordt dus het verweren in de meer noordelijke
landen' door de vorst verhoogd, zoo bevordert
zulks in meer zuidelijke streken de warme re-
gentijd, en alzoo zullen beide middelen, hoe zeer
ook geheel tegen elkander overstaande, hetzelfde
gevolg hebben.
Dit zelfde verweren zoekt men nu, door het
braken van den grond te weeg te brengen en te
bevorderen. Op eene merkwaardige wijze ver-
toont zich do werking van de braak bij het graan,
dat daarin geteeld wordt; want zij heeft, M-el is