Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
166
meststoffen; en dus vooral stilstaan bij het brakeii,
of zomervoren, dat voorheen op onze zandgron-
den wel meer in gebruik was, dan tegenwoordig,
waar een derde jaar, in den regel een braak-
jaar, op twee roggeoogsten volgde; maar dat
thans nog bij onze meeste en vetste Ideilanden
maar al te zeer wordt aangetroffen.
Het zomervoren of zomervagen is
eene bewerking, waarbij de akker een half of een
geheel - jaar onbeteeld blijft liggen en eenige ma-
len, soms tot negen keer toe, geploegd wordt,
en daarna eene sterke bemesting ontvangt. Op
alle gronden evenwel werkt het braken niet even
gunstig; doch om dit te verklaren, dienen wij tot
het vroegste tijdperk op te khmmen. Verbeelden
wij ons de aarde voor eenige duizenden jaren,
toen zij het eerst door levende wezens bevolkt
begon te worden. Zij was toenmaals bedekt met
naakte rotsen en bergen, waarop zich ter naau-
wernood hier en daar eene mosplant begon te
ontwikkelen, terwijl alleen de wateren met en-
kele vischsoorten en schelpvisschen bevolkt wa-
ren. Maar wat er ook nog niet bestond, zuur-
stof en scheikmidige werking waren aanwezig;
koude en warmte wisselden zich beurtelings af,
en ten gevolge daarvan verweerden de rotsen van
lieverlede, zij verbrokkelden en spleten van een;
het water spoelde de losgemaakte deelen te za-
men en zoo ontstond langzamerhand de bodem,