Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
138
Dat zij op geheel magere gronden niet goed vooi;-«''
•wil, behoeft hier niet herinnerd te Worden. Daar-
entegen dringen de wortels der klaver minder diep
in den grond, dan die der lucerne; zij is daar-
door wel eene goede voorvrucht voor eenen vol-
genden oogst, maar niet zoo voortreffelijk als
deze. Dat zij in den regel niet spoedig na elk-
ander verbouwd , kan worden, vindt zijn oorzaak
in een niet spoedig genoeg oplosbaar worden der
hoofdbestanddeelen van den grond. Ook is dit
meermalen toe te schrijven aan de afwezigheid
van koolstofhoudende bestanddeelen; want de
ondervinding leert, dat de klaver, ook wanneer
zij spoedig na elkander verbouwd wordt, bij droog
weder zeer dikwijls mislukt, doch bij vochtige
jaren zeer goed slaagt, en zulks kan hoofdzakelijk
daaraan toegeschreven worden, dat in het laatste
geval de ontleding der koolstofhoudende bestand-
deelen aanmerkelijk begunstigd wordt.
Terwijl ook wel de langzame ontwikkeling van
potasch in den grond, de oorzaak van het minder
goed gelukken der klaver zijn kan, zoo ver-
klaart dit de uitnemende uitwerking eener be-
strooijing met eene veel potasch bevattende asch.
Evenzeer is ook het gieren aan te raden, en
zulks des te meer, omdat men bij de klaver
het neerslaan niet te vreezen heeft, zoo als bij
de koren-soorten.
Dat klaver eene zeer goede voorvnicht is voor