Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
loG
lucerne, voordat de benoodigde voedingstoffen
in behoorlijke hoeveelheid, en ook diep in den
grond, voorhanden zijn, dan zal die voorraad
zeer spoedig zijn opgeteerd, en de plant kan
natuurlijk niet zoo lang in stand blijven, als
vroeger.
Hieruit volgt, dat bij uitgeputte lucerne-vetden,
de herstelling niet zoo gemakkelijk is, als bij die
landen, welke alleen aan hunne oppervlakte van
de voedingstoffen zijn beroofd. Het volgende mid-
del zal echter, waarschijnlijk, met vrucht aange-
wend kunnen worden, om dit herstellen aanmer-
kelijk te bespoedigen. Wij hebben gezien, dat kalle
en potasch tot de hoofdbestanddeelen dezer plant
behooren, dat er tevens eene zekere hoeveelheid
phosphor/Aiur benoodigd is, en dat, door den herfst-
regen , een aanmerkelijk gedeelte der meststoffen tot
diep in den grond dringen. Wanneer wij dus de
landen, voor lucerne bestemd, vóór den winter
diep omploegen en met gips, in vereeniging van
beendermeel en zwavelzuur, als ook met wat
hout-asch bestrooijen , en bovendien sterk begie-
ren, dan moeten de genoemde stoffen zich oplos-
sen en dieper in den grond dringen. Deze proef
met gips en aalt is genomen. Na 14 dagen was
het eerste reeds bijna geheel verdwenen, en het kan
wel niet missen, of in den loop van den winter
zal zulks zoo diep den grond zijn doorgedrongen,
als de wortels der lucerne. Terwijl de grond.