Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
I oö
veJ, benevens eenige soda, doch slechts weinig kie-
zelzuur. Hare verbrandbare bestanddeelen zijn voor
een groot gedeelte stikstofhoudende, en van hier
moet haar, als voedings-middel, boven alle andere
klaversoorten de voorkeur gegeven worden. Bo-
vendien heeft de plant eene zeer sterke groeikracht.
Met hare lange wortelen neemt zij voedingstoffen,
die door den regen diep in de grond gedrongen
zijn, gretig op. Door herhaalde oogsten worden
telkens deze voedingsstoffen van het land verwij-
derd, en daardoor zal dit niet slechts aan de
oppervlakte, maar ook tot op eene aanmerkelijke
diepte, des te meer worden uitgeput, naar mate
er de lucerne langer op gestaan heeft. Naar ge-
lang de voorraad daarvan grooter is, des te lan-
ger ook zal de plant welig groeijen; en omge-
keerd: de duur der plant zal des te korter zijn,
naar mate de grond eene mindere hoeveelheid
van deze stoffen bevat.
Zijn nu gedurende eenige jaren de diep in
den grond liggende stoffen opgenomen, en heeft
men daarna het verbouwen van lucerne ge-
staakt, dan begint zoowel het dieper indringen
der stoffen, als de oplossing der dieper liggende
bestanddeelen op nieuw, maar dit gaat langzaam
voort, en er worden vele jaren gevorderd, eer
de diepere lagen in den grond al die stoffen heb-
b^ terug ontvangen, welke er door de lucerne
aan ontnomen zijn. Teelt men nu op nieuw