Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
132
Het is zeer mogelijk, dat een bemesten met
beendermeel, vooraf met zwavelzuur behandeld, de
groeikracht der garst bijzonder bevordert, vooral
wanneer ' zij na het winterzaad verbouwd wordt,
omdat de grond hierdoor twee voor haar zeer
nuttige bestanddeelen verkrijgt, namelijk het phos-
phorzuur en de zwavel. Minder is de guaiao aan
te raden, omdat deze te veel stikstofhoudende
bestanddeelen bevat.
Wanneer mën de garst op een land teelt, dat
rijk aan stikstofhoudende bestanddeelen is, dan
verkrijgt zij, in plaats van het stikstofvrije zet-
meel, eene aanmerkelijke hoeveelheid stikstof be-
vattende kleefstof. Zulke garst bevat eene betere
voedingstof, en is daarom ook als brood veel
voedzamer; doch voor biermout is die geheel on-
bruikbaar, want zij levert daia eenen drank op,
die minder geestrijk is, meer troebel blijft en
spoedig zuur wordt. Even als bij den mangel-
wortel, heeft de landbouwer het alzoo in zijne
magt, om eene garst te verbouwen, die of meer
tot bier-, of meer tot brood-bereiding geschikt
is, naar dat hij eenen meer of minder stikstof-
houdenden mest op het land brengt.
De tlaver teelt men gewoonlijk als het laatste
gewas van den omloop, en dit is zeer doelma-
tig, want:
1) van alle granen vereischt zij de minste hoe-
veelheid stikstofhoudende bestanddeelen, zoodat