Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
\-l5
vroeg bij de gier gevoegd worden, dat het schui-
men of opbruisen geheel opgehouden heeft, wan-
neer deze op den mest wordt gebragt.
Behalve dat de koolzaad-plant eene groote me-
nigte oplosbare stoffen uit den grond opneemt,
zoo schijnt zij tevens tot haren weligen groei te
vorderen, dat deze in overmaat voorhanden zijn,
en het is juist deze overvloedige hoeveelheid, die
niet door de plant wordt opgenomen, welke het
land uitmuntend voorbereidt tot * het verbouwen
van winterkoren.
Al wat wij ten aanzien van het verbouwen
van koolzaad gezegd hebben, geldt insgelijks
voor aveelzaad, zomer-koolzaad, boter-zaad en
Papaver» Deze laatstgenoemde plant schijnt
vooral stikstof te behoeven, omdat zij niet alleen
olie, maar ook in de zaadbollen het zoo stikstof-
rijke opium bevat. Een papaver-akker is, om
gelijke redenen, als bij het oliezaad gezegd is, zeer
geschikt voor winterkoren. — Doch lajat ons nu tot
de behandeling der graansoorten overgaan.
Tarwe en ^pelt bestaan voor bijna een vierde
gedeelte uit stikstofhoudende bestanddeelen, of
uit de zoogenoemde kleefstof van het meel. On-
der de bestanddeelen van de asch, bekleeden het
phosphorzuur en de potasch de voornaamste
plaats; minder is de hoeveelheid talkaarde en
soda, en nog veel minder die der zwavel; ter-
wijl de overige stoffen er slechts voor een zeer