Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
159
oudergeploegcle groene bemesting van wikken,
rogge en vooral van brem. Wegens hot zwavel-
en kalkgehalte der aardappelen, is het wijders aan
te raden, om eenig gips op die akkers te strooi-
jen, waarvan de grond niet met zoutzuur op-
bruischt, en dus geen koolzuren kalk bevat, of
welke vroeger bij herhaling koren gedragen heb-
ben, waardoor de zwavel grootendeels verbruikt
zal zijn. In eene geringe hoeveelheid aangewend,
zal ook guano voordeelig op de aardappelen wer-
ken, vooral wanneer de bouwgrond veel humus
bevat. Waar hout-asch niet te hoog in prijs is,
zal men ook deze met goed gevolg ter bemesting
van aardappelen kunnen gebruiken, wanneer men
vermoedt, dat door vorige oogsten de meeste pot-
asch verbruikt is.
Omdat de aardappelen weinig phosphorzuur tot
zich nemen, zoo kan men het land, waarop zij
verbouwd zijn, met voordeel tot het zaaijen van
winterkoren aanwenden, maar hiertoe is dit even-
wel minder geschikt dan tabaksland, terwijl de
aardappelen meer koolstofhoudende bestanddeelen
en vooral meer potasch, dan de tabak, aan den
grond ontnemen. Dat de aardappelen op versch
gemesten grond minder meelrijk zijn, hebben wij
reeds opgemerkt. Is men echter genoodzaakt om
verschen mest te gebruiken, dan zal men in allen
gevalle baat vinden, door den mest reeds in het
najaar op het land te brengen.