Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
iU
der gewonen mest tabak kan verbouwen, wan-
neer het land in 't algemeen niet te slecht is,
en er nog genoeg stoffen voorhanden zijn, om de
noodige koolstof voort te brengen. Maar ook
geheel in overeenstemming hiermede, heeft de on-
dervinding geleerd, dat afval van hoornen, zooge-
noemd hoornschraapsel, koe-haar, wollen lompen
en dergelijke stikstof-bevattendö stoffen, eene zeer
goede meststof voor tabak opleveren. Daar de
guano insgelijks veel ammoniak bevat, zoo zal ook
deze zeer waarschijnlijk met bijzonder goed ge-
~volg op de tabaksvelden aangewend kunnen wor-
den. Algemeen is het overigens bekend, dat de
Nederlandsche tabaks-telers hoofdzakelijk den aan
ammoniak rijken schapen- en duivenmest gebruiken.
De hoeveelheid ammoniak, die de tabak op-
neemt, is echter zeer verschillend, en schijnt
met de hoedanigheid van den tabak in verband
te staan. Zoo kan men op verschen paarde-
mest, die veel ammoniak ontwikkelt, bij eene voor
dezen mest gunstige weersgesteldheid, eene zeer
groote hoeveelheid tabak verbouwen, die echter van
slechter hoedanigheid is, dan degene, welke b. v.
door bemesting met moutkiemen verkregen wordt.
De grond hiervan zal wel daarin gezocht moeten
worden, dat deze laatste de juiste hoeveelheid am-
moniak ontwikkelen, en dus niet door ovei-maat,
eenen nadeeligen invloed op de planten uitoe-
fenen.