Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
dere kosten kunnen telen, dan de gewone be-
mesting vordert. Vooral echter lette' men hierbij :
a) dat het land niet geheel en al zij uitge-
bouwd, maar in het algemeen tot het voeden van
planten geschikt is;
h) dat het die stof, welke het gewas als hoofd-
bestanddeel vordert, in zooveel mogelijk behoor-
lijke hoeveelheid moet bezitten.
Het valt niet te ontkennen, dat het opsporen
van den aard en de hoeveelheid der in den
grond aanwezige bestanddeelen voor den gewonen
landbouwer groote moeijelijkheden heeft, omdat
zulks, ten einde met juistheid te oordeelen, een
scheikundig onderzoek vereischt, en de hiertoe
noodzakelijke scheikundige kennis van hem niet te
vorderen is. Maar er zijn daarenboven nog vele
hulpmiddelen en kenteekenen, volgens welke wij
mogen besluiten tot het aanwezen van die stof-
fen, op welke het vooral aankomt. Met betrek-
king tot deze kenteekenen, willen wij nu bij
eenige planten afzonderlijk stilstaan, hare hoofd-
bestanddeelen trachten op te sporen, en na te
gaan, waar deze zich, al dan niet in den grond
laten vermoeden. Wij zullen gns hierbij met het
opgeven van de juiste hoeveelheid in getallen niet
inlaten, maar ons vergenoegen met alleen op te
merken, dat de landbouwer, bij het beoordeelen
van de benoodigde hoeveelheid, zijne toevlugt zal
moeten nemen tot de opgaven, die anderen