Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
131
noodzakelijke eigenschappen mist; wamicer hij
b. V. te vast, te nat of te droog is.
In het algemeen mogen wij dus aannemen:
1°. Dat, wanneer de gewassen naar vereischte
zullen groeijen, de grond ook al de stoffen, die
zij tot hmine zamenstelling behoeven, in eene be-
hoorlijke evenredigheid moet bevatten.
2°. Dat wij die stof, welke hun voornaamste
bestanddeel uitmaakt, ook opzettelijk en in ruime
mate moeten aanvoeren, zoo zij niet in^ genoeg-
zame hoeveelheid aanwezig is.
Dat deze regelen in het algemeen reeds door
onze tegenwoordige wijze van landbouwen opge-
volgd worden, behoeft naauwlijks vermelding. Of
leggen wij er ons niet op toe, om de gewassen,
die eene bepaalde aardsoort vorderen, ook zoo-
veel mogelijk in deze aardsoort te verbouwen?
Gelukt het eene of andere gewas niet in zekeren
grond, dan mesten wij, en voeren met den mest,
althans tijdelijk, de stoffen aan, die in den grond
ontbreken. Meermalen echter zal het verbouw,
ook in weerwil van den aangebragten mest, niet
gelukken, en ïllsdan is zulks aan andere oorza-
ken toe te schrijven. Niet zelden echter is do
hoofdoorzaak, dat er stofFen ontbreken, die ook
door den mest niet in de gevorderde evenredig-
heid kunnen geleverd worden.
Wanneer wij dit een en ander onder het oog
houden, zullen wij menig gewas met veel min-
9'