Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
b
toont. — Al wat wij tot dus verre van de plan-
ten gezegd hebben, is ook geheel op de dieren
toepasselijk.
Thans moeten wij ons nog herinneren, dat er op
onze aarde eene overgroote menigte, geheel van
elkander verschillende zelfstandigheden aanwezig
zijn, die gedeeltelijk, elk voor zich, afzonderlijk
bestaan, en gedeeltelijk met andere zelfstandighe-
den verbonden, nieuwe ligchamen vormen. Hier-
door nu ontstaan al die duizende en tienduizende
voorwerpen, welke ons van alle zijden omringen.
Eeeds eeuwen lang hebben die geleerden, welke
men Scheikundigen noemt, er zich op toegelegd,
om alle ligchamen, welke zich op aarde voordoen,
naauwkeurig te onderzoeken, en op te sporen uit
welke enkelvoudige ligchamen of grondstoffen deze
zijn zamengesteld. Ten gevolge van dit onderzoek
zijn er vele, die men te voren voor enkelvoudig
hield, als zamengesteld bekend geworden, en is
dus het getal van enkelvoudige ligchamen van
lieverlede aanmerkelijk verminderd. Thans kennen
wij niet meer dan 60 grondstoffen. Eene naauw-
keurige kennis van deze alle is echter voor den
landbouwer mmder noodzakelijk, en daarom zul-
len wij in het vervolg, alleen diegene nader leeren
kennen, welke met den landbouw in een onmid-
delijk verband staan, en als de voorname bestand-
deelen der planten en van den grond voorkomen.
Elk landbouwer behoort immers te weten, welke