Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
118
ook omdat zijne vlugtige bestanddeelen naar boven
dringen, en vooral boven aan den grond hunne
werking moeten uitoefenen. Hoe meer de mest
daarentegen verrot is, des te minder stoffen ver.-
vlugtigen er in gasvormigen toestand, maar ook —
en dit verdient bijzonder onze opmerkzaamheid —
des te oplosbaarder zullen de overige bestanddee-
len zijn.
Nu weten wij, dat deze stoffen met den regen
diep in den grond indringen en alsdan voor vele
planten verloren gaan. Een zoodanige mest moet
dus des te minder diep in den grond gebragt wor-
den, naar mate hij ouder is en meer gemakke-
lijk oplosbare zouten bevat.
Bovendien spreekt het van zelve, dat de aard der
gewassen, ten behoeve waarvan er gemest wordt,
insgelijks hierbij in aanmerkiiag komt. Voor
degene, die diep in den grond dringende wortels
hebben, kan men dieper mesten dan voor hen,
wier wortels zich meer zijdelings uitspreiden.
Dat de mest, welke ondiep ligt, vroeger werkt
dan die, welke diep is ondergeploegd, weten wij
allen, en wij moeten de oorzaak daarvan aan de
gemakkelijke of minder gemakkelijke toetreding
der gewone lucht toeschrijven. Deze ondervinding
nu stelt den landman in de gelegenheid, om het
verteren van den mest, ten behoeve zijner gewas-
sen, tamelijk naar welgevallen te regelen.
Het volgt hieruit van zelf, dat men den grond
ÏS