Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
4
Het is alzoo hoogst waarschijnlijk, dat alle de ons
bekende vaste ligcliamen, zelfs steenen en metalen,
vroeger in eenen luchtvormigen toestand verkeerd
hebben; en is het waar, dat®zij van eene lucht-
vormige tot eene vaste gedaante zijn overgegaan,
dan bestaat er ook geene reden waarom zij niet,
omgekeerd, weder van den vasten tot den lucht-
vormigen toestand zouden kunnen terugkeeren.
Wij noemen dus die ligchamen vast of vuurbesten-
dig, welke wij alleen onder deze gedaante kennen,
en welke wij, zelfs door het sterkste vuur, niet
luchtvormig kunnen maken. Vlugtige ligchamen,
daarentegen, noemt men de zoodanige, die of
reeds uit hunnen aard, of door verwarming, in
den luchtvormigen toestand overgaan.
Men geloofde vroeger, dat slechts de stoffen,
die zich in de aarde bevinden, door het wa-
ter opgelost, uitsluitend alles oj)leverden, wat de
planten tot hare voeding vereischen; doch later
heeft men bewezen, zoo als wij reeds met een
enkel woord vermeldden, dat de lucht aan de ont-
wikkeling en voeding der planten een groot aan-
deel heeft. Wanneer nu de planten verrotten,
dan scheiden zich de vlugtige van de vuurbesten-
dige deelen af; de eerste stijgen wéder op in de
lucht, naar de plaats van Avaar zij afkomstig zijn,
en de laatste blijven op de aarde terug. Hetzelfde
heeft bij de verbranding der planten plaats, zoo
als ons de verbranding van het hout duidelijk aan-