Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
zyn doel zal bereiken, zoo moeten wij daaraan
geen geloof slaan. Ook de guano moet op een
uitgebouwd land voor den stalmest onder doen,
omdat bij geen humus in den grond brengt en
alzoo de eigenschap mist, van daaraan die los-
heid en mulheid te geven, welke de stalmest met
het straat vuil op eene werktuigelijke wijze voort-
brengt.
Er zijn verschillende soorten van stalmest, die,
ten aanzien van het luchtvormige voedsel, dat zij
aan de planten verschaffen, in twee klassen on-
derscheiden kunnen worden: in diegene, namelijk,
welke meer koolzuur dan ammoniak, en in die-
gene, welke, ten minsten aanvankelijk, meer am-
moniak dan koolzuur ontwikkelen. Tot de eerste
klasse behoort vooral de koe- en varkensmest,
tot de tweede de paarden- en schapenmest. Hoe
elk dezer meststoffen aangewend moeten worden,
behoef ik niet te zeggen, omdat de ondervinding
dit genoegzaam leert. Maar de wetenschappelijke
grond, waarom men beide soorten liefst ondereen
gemengd aanwendt, en de koemest bij voorkeur
op ligte en warme, de paardenmest, daarentegen,
op zware en koude landen brengt, is daarin te
vinden, dat bij den laatstgenoemden vooral am-
moniak gevormd wordt, die, in de ligte gronden,
bij gemis aan stoffen om haar op te nemen, scha-
delijk op de planten inwerkt; terwijl kleigronden
die stoffen in voldoende hoeveelheid bevatten.