Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
i
109
ook de ontleding van andere stoffen belemmerd.
Dat er, bij het ontbreken van den humus, ook
geen behoorlijk opslorpen van water geschiedt, is
even duidelijk als het ein^-gevolg, dat namelijk,
op eenen zoodanigen akker elk gewas des te ge-
brekkiger wordt gevoed, naarmate de vaste grond
het zich uitbreiden der wortels meer belemmert.
Bij eenen dergelijken akker bestaat er nog een
groot onderscheid, of wij met vasten klei of ligt
zand te doen hebben. Herinneren wij ons slechts,
dat kleiaarde de eigenschap bezit om ammoniak,
zuurstof en water aan te trekken en te bewaren.
Deze stoffen nu kunnen aan de klei, of liever
aan de kleiaarde van den akker, door sterk groei-
jende gewassen des noods nog ontnomen worden,
en daarom kan aan een' mageren akker, maar
die veel klei bevat, nog altijd eenigen oogst
worden afgedwongen; terwijl een ligte, geen klei
bevattende zandgrond ten eenenmale onvrucht-
baar is.
•Zulk een uitgebouwde akker moet nu door
eene algemeene bemesting tot de vereischte vrucht-
baarheid worden teruggebragt. Gewone stalmest
en het straatvuil onzer steden zijn hiertoe het
best geschikt, en kunnen door geen andere mest-
stof met vrucht worden vervangen. Wat men
ook zeggen moge, en hoe men op wetenschappe-
lijke gronden -svil beweren, dat men door kunst-
mest, of meststoffen als gips en kalk, even goed