Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
1) dat zij haar hxchtvormig voedsel uit den
dampkring ontvangt;
2) dat zij tevens uit den grond opneemt, wat
zij behoeft. — De grond zelf bevat nu deze voe-
dingstoffen, omdat hij trapswijze verweert en ont-
leed wordt, ten gevolge eener vaste wet der natuur.
Wij zien ook:
3) dat de planten daar, waar zij aan zich zei-
ven overgelaten zijn, trapswijze veraarden. Op
eene weide, die kunstmatige bewerking of bemes-
ting ontvangt, vertoonen zich alzoo, na een tiental
jaren, geheel andere planten, dan voor dien tijd.
De oorzaak hiervan is gemakkelijk op te sporen.
Heeft eene plant, namelijk, een zeker aantal jaren
op dezelfde plaats gestaan, en kan zij hare wor-
tels niet verder uitbreiden, dan moet de grond
langzamerhand gebrek krijgen aan die bestand-
deelen , welke zij aanhoudend daaruit opneemt;
terwijl diegene, welke de plant niet noodig heeft,
in toenemende hoeveelheid voorhanden blijven.
Wanneer de plant eindelijk geen behoorlijk voed-
sel meer vindt, begint zij te kwijnen en sterft af;
maar op hare plaats ontstaat eene andere plant,
welke juist die voedingstoffen tot haar onderhoud
noodig heeft, welke de vorige niet behoefde.
De behoefte aan luchtvormig voedsel kan men
te gemoet komen door het aanbrengen van stof-
fen , die in ammoniak en koolzuur kunnen veran •
deren. Maar ook de vuurA'aste stoften moeten