Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-____I.«^
■lOi
sel vermeerdert, en niet alleen terug geeft, wat
hij door vroegere oogsten aan den grond ontnomen
heeft, maar er zich ook op toelegt, om zijnen
akker al rijker en rijker aan voedende stofFen te
maken.
Ten slotte moeten wij nog opmerken, dat de
gewassen, in het algemeen, des te krachtiger zijn
en des te meer opleveren, naar mate zij meer
den wilden natuurstaat naderen, maar ook dat zij
in diezelfde mate van eene mindere hoedanigheid
zijn. Doch hoe edeler eene plant is, des te meer
vereischt zij eene goede verzorging, en een des te
fijner verdeeld en oplosbaarder voedsel.
TWAALFDE HOOFDSTUK.
over het toevoegen van voedsel aan de
planten. de beüiiesting.
Wij hebben in het vorige hoofdstuk gezien, dat
de planten haar voedsel gedeeltelijk uit den grond,
gedeeltelijk uit de lucht ontleenen, en dat er ten
aanzien dezer voedingstoffen onderling een zeker
evenwigt moet bestaan, terwijl overmaat van deze
of gene stof dikwijls eenen hoogst nadeeligen in-
vloed op de plant kan uitoefenen. Ook hebben
wij opgemerkt, dat eene plant, in weerwil van
het voorhanden zijn der benoodigde voedingstof-