Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
eenen nadeeligen invloed op de plantensoort uit te
oefenen. Waarheid is het toch, dat, schoon de
planten alleen dan behoorlijk kunnen groeijen,
wanneer zij de noodige voedingsstoffen aantreffen,
hare volledige ontwikkeling tevens ook van andere
bijomstandigheden afhangt.
Nog iets. Wij kennen het groote onderscheid
tusschen wilde, in den natuurstaat levende, die-
x'en en tusschen onze huisdieren. De eersten zijn
gewoonlijk kleiner, meer ineen gedrongen, maar
tevens krachtiger. Zij mogen al niet zoo over-
vloedig gevoed worden, maar ook zijn zij niet
vertroeteld, noch gemeten voedsel, dat hun min-
der natuurlijk is. Eene gelijke verhouding nu,
treffen wij ook tusschen de in het veld groeijende
en de door ons verbouwd wordende gewa^ssen aan.
Welk onderscheid is er b.v. niet tusschen de
klaver der gewone weilanden en diegene, welke
men op eenen hiertoe opzettelijk toebereiden grond
teelt! De akker- en tuingewassen zijn door over-
voeding tot dezen staat van groote ontwikkeling
gebragt, en als zoodanig met vetgemeste huisdie-
ren te vergelijken. Om dus die overmatige ont-
wikkeling der planten te 'bevorderen, moet de
landman zorgen, dat er voor hen niet slechts
eene rijkelijke, maar zelfs eene ovei-vloedige hoe-
veelheid voedsel voorhanden is. Dit doel" kan
hij bereiken, wanneer hij het voedsel, reeds door
de natuur aangeboden, nog met kunstmatig voed-