Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
m
gene voedingsstof; doch alsdan vertoont zich niet
zelden de belangrijke eigenschap der planten, dat
zij zich zelve dit gebrek door andere stoffen weten
te vergoeden. Voor ons doel is het minder nood-
zakelijk, ook dit door voorbeelden op te helderen,
en liever willen wij nog eene andere waarneming
mededeelen, welker kennis voor eiken landbouwer
van meer gewigt is. Het is, namelijk, niet te ont-
kennen, dat verschillende plantensoorten ook een
geheel verschillend vermogen bezitten, om voedings-
stoffen op te nemen, en men treft dit zelfs aan bij
verscheidenheden van dezelfde soort. Dit vermo-
gen hangt waarschijnlijk af van hare meerdere of
mindere inwendige groeikracht. Hieruit nu kan
de landman dit groote voordeel trekken, dat hij
de plantensoorten, welke meer groeikracht bezit-
ten, op zoodanige gronden verbouwt, die hunne
voedingsstoffen minder gemakkelijk afstaan; ter-
wijl die gronden, bij welke het tegenovergestelde
plaats heeft, voor meer teedere planten te verkie-
zen zijn. Maar ook nog uit een ander oogpunt
is deze omstandigheid van gewigt. Velen, name-
lijk, zijn van gevoelen, dat men de gewassen uit-
sluitend op die gronden moet telen, welke de voor
hen noodzakelijke bestanddeelen bevatten. Dit is
echter alleen toepasselijk in zooverre de gemakke-
lijkheid, om deze bestanddeelen op te nemen, met
hunne groeikracht in verhouding staat en wanneer
niet deze of gene omstandigheid medewerkt, om