Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
over te gaan. Dit zich onderling verbinden en
zich weder losmaken, dit' op elkander werken der
ligchamen, dit vast- en weder vloeibaar of lucht-
vormig worden, zièn wij dagelijks plaats hebben,
zonder er aan te denken, en deze inrigting in de
natuur verkondigt ons luide Gods liooge wijsheid,
zoo als wij later meermalen zullen doen opmer-
ken.
Het is wel schijnbaar onbegrijpelijk, hoe de lucht
een vast ligchaam kan worden. De planten toch
schijnen alleen uit de aarde voort te komen; ter-
wijl de dieren zich voeden van planten en van
andere dieren; doch de lucht die de dieren inade-
mefl, ademen zij, zoo het schijnt, ook weder uit.
Maar de geleerden hebben daarentegen duide-
lijk bewezen, dat de planten niet alles, wat zij
tot haren wasdom behoeven, alleen uit den grond
ti'ekken, en zelfs het grootste gedeelte daarvan
uit de lucht opnemen. In de lucht zelve mogen
nu al geene vaste deelen waar te neihen zijn,
zoodra echter die deelen der lucht door de planten
zijn opgenomen, worden zij merkbaar voor onze
oogen, en maken zij een gedeelte van het lig-
chaam der planten uit. Houdt later het leven der
planten op, dan gaan deze in rotting over, wor-
den, zoo als men zegt, ontleed, en hierbij keeren
de uit de lucht opgenomen deelen weder tot den
luchljvormigen toestand terug. — Dit is eene vaste
wet, de eeuwige, onveranderlijke loop der natuur.