Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
ten vast worden, om later de vroegere, luchtvor-
mige gedaante weder aan te nemen. In den
vorm van ascli bij de verbranding, en ook bij de
verrotting, blijven altijd eenige stoften terug, en
deze zijn oorspronkelijk uit den grond afkomstig.
Zij vertoonen zich als niet vlugtigo, onverbrand-
bare, en ook als vuurvaste zelfstandigheden, zoo
als de aarden en de metalen. Daartoe kunnen
wij ook nog den phosphorus en de zwavel bren-
gen, omdat zich deze, bij de verbranding, in zu-
ren veranderen, die alsdan niet vlugtig zijn. Even
als zich alzoo het eigenlijke voedsel der planten
in lucht- en grond-voedsel laat verdeelen, even zoo
kan men ook hare bestanddeelen splitsen. Deze
onderscheiding is vooral daarom belangrijk voor
den landman, omdat hij bij het mesten der lande-
rijen altijd meer op de vuurvaste bestanddeelen
moet acht geven, dewijl de gasvormige stoffen voor-
namelijk door den dampkring worden aangebragt.
Wij hebben thans gezien, dat de planten zich
gedeeltelijk voeden met stoffen, die uit den damp-
kring afkomstig zijn, gedeeltelijk met stoffen, die
de bodem oplevert. Wij hebben tevens opgemerkt,
dat onderscheidene plantendeelen geheel verschil-
lende stoffen tot hunnen groei noodig hebben, en
eindelijk hebben wij opgegeVen, dat de gewassen
zich uit de lucht en uit den grond ontwikkelen,
doch ook weder tot deze terugkeeren. ]\Iaar de
gewassen kunnen, even min als de dieren, zelve