Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
aan zijne gewassen, ten allen tijde, het hun noo-
dige voedsel te verschaffen.
Dit laatste punt is zoowel het belangrijkste als
bet raoeijelijkste; want het omvat eigenlijk de
geheele wetenschap van den landbouw.
Laten wij thans nagaan, hoe de planten groei-
jen, en hoe zij haar voedsel tot zich nemen.
Het uiterlijke aanzien der gewassen, die wij
verbouwen, is ons allen genoegzaam bekend. Min-
der echter weten wij, op welke wijze zij ontstaan,
zich voeden en zich voortplanten; maar bij de
beschouwing daarvan stuiten wij telkens op ver-
schijUselen, welker verklaring de grootste vernuf-
ten sedert eeuwen heeft bezig gehouden. Wel
heeft men in den laatsten tijd, ten aanzien der
plantenvoeding, menige belangrijke ontdekking ge-
daan, maar veel, zeer veel is en blijft nog altijd
een onoplosbaar raadsel. Het zoude eene dwaas-
heid zijn, om hier eene poging aan te wenden
tot het duidehjk uiteenzetten van alles, wat tot
dus verre onverklaarbaar is gebleven, en wij zul-
len ons dus slechts bepalen bij datgene, wat niet
moeijelijk te begrijpen is.
De planten ontwikkelen zich en groeijen ten
gevolge van het voedsel, dat zij gedeeltelijk uit
den grond, gedeeltelijk uit de lucht opnemen.
Uit den grond verkrijgen zij het koolzuur met
oxyden verbonden, alsmede den ammoniak in ver-
binding met het een of ander zuur, in zoo verre