Boekgegevens
Titel: Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Auteur: Babo, Lambert von; Meijlink, Bernardus
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1172
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206375
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: grondbewerking (landbouw)
Trefwoord: Landbouwchemie, Bodemchemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Akkerbouw-scheikunde of Kort begrip van de scheikundige grondwaarheden, welke de landbouwer behoort te kennen, ten einde zijnen akker behoorlijk te behandelen
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
dat er ook plantaardige verbindingen zijn die,
even als de zwavel, de phosphorus en dergelijke
stoffen, met de zuurstof eigenlijke tsuren vormen.
Daartoe behoort onder anderen het zoogenoemde
azijnzuur, dat wij zoo dikwijls in onzen gewonen
azijn gebruiken, alsmede het wijnsteenzuur, dat
aan den rijnwijn zijnen zuren smaak mededeelt;
terwijl het citroenziuir en het appelzuur aanwezig
zijn in die vruchten, van welke zij hunne namen
ontleend hebben. *
Zulke zamengestelde zuren nu ontstaan er bij
de ontleding van den humus, en kunnen, wanneer
zij genoegzaam geconcentreerd zijn, de verdere
ontleding van den humus zeiven verhinderen. Als-
dan verzuurt de humus en wordt daardoor onge-
schikt ter bevordering" van den plantengroei. In
moerassige gronden treffen wij meermalen zulke
verzuurde plaatsen aan, en de onvruchtbaarheid
onzer veenen is daaraan tóe te schrijven. Ook
andere zuren evenwel, het phosphorzuur of zwa-
velzuur b.v., kunnen eene dergelijke werking
voortbrengen, als» wanneer men gronden, die op-
pervlakkig beschouwd, het meeste beloven, dik-
wijls, in weerwil van alle moeite, niet tot vrucht-
baarheid kan brengen. Een grond, die zulken zu-
ren humus bevat, laat zich echter gemakkelijk
herkennen, wanneer men, gelijk wij reeds vroe-
ger hebben doen opmerken, een AVeinig van die
aarde met regenwater kookt, en dan in het vocht