Boekgegevens
Titel: Het onderwijs in geschiedenis op de Hoogere Burgerscholen
Auteur: Alberdingk Thijm, Petrus Paul Maria
Uitgave: 's-Hertogenbosch: Henri Bogaerts, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 982
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206358
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis: algemeen
Trefwoord: Geschiedenisonderwijs, HBS
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het onderwijs in geschiedenis op de Hoogere Burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
man van geweten toegekend. Merkwaardig is het op te
merken, hoe sommige sclmjvers dikwerf wankelend tus-
sehen de vooroordeelen uit vroegere jaren hun bijgeble-
ven, en de eerlijkheid waarmede zij latere bevindingen
willen mede deelen, met zich zeiven in strijd komen.
Wij hebben van die tegenstrijdigheden reeds een voor-
beeld gegeven. Ziet hier nu nog een tweede.
Er wordt soms gezegd, dat het Nederlandsche volk
slechts streefde naar het verkrijgen van de rechten die het
toekwamen; maar hoe wordt die geestesstemming der
Nederlanders nu beschreven?
Al betuigen de schrijvers ook dat in 't jaar 1559 niet
eens een percent niet-katholieken in de Nederlanden
was, zeggen zij : dat de Nederlanders ontevreden waren,
dat Philips het katholicisme wilde handhaven, en zoeken
hierin de eerste oorzaak van. den opstand. Ten tweede
zegt men: het volk was ontevreden over de verdeeling
van het land in 18 bisdommen; ofschoon bekend is dat
dit het volk niet was, maar de edelen, de abten, en de
bestaande bisschoppen zeiven. Vervolgens zegt een schrij-
ver: „Het gerucht verspreidde zich, dat Philips
voornemens was de Spaansche inquisitie hier te lande
in te voeren.... Daarbij kwam de vrees dat Philips voor
geene middelen zou terug deinzen, om zijne plannen door
te zetten; het vooruitzicht dat hij zich daartoe, zon-
der de vrijheid en privilegiën des volks te achten, van een
geheel onbeperkt gezag zou trachten meester te ma-
ken." De vrees voor de vervolgingen bracht eindelijk
het sluiten van een verbond te weeg, enz. Daaruit volgt, dat
de opstand alleen zou voortgekomen wezen uit vrees,
vermoeden, veronderstelling van zaken die nog
niet bestonden, en waarvan de meeste nooit bestaan hebben;
ea eindelijk uit aflceer van de achttien bisschoppen, die de
klooster-tucht, het priesterleven, de aanmatiging der abten