Boekgegevens
Titel: Het onderwijs in geschiedenis op de Hoogere Burgerscholen
Auteur: Alberdingk Thijm, Petrus Paul Maria
Uitgave: 's-Hertogenbosch: Henri Bogaerts, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 982
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206358
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis: algemeen
Trefwoord: Geschiedenisonderwijs, HBS
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het onderwijs in geschiedenis op de Hoogere Burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
voerders besloot, waardoor eene volkswoede is uitge-
barsten , die liet getal slaclitoffers zoo zeer heeft vergroot. 1)
En men bedenkt daarbij dan niet eens, hoe vele Katholie-
ken reeds door eenen nachtelijken uitval te Nimes door de
Hugenoten waren omgebracht, en welk een groot aantal
priesters gedood, kerken en kloosters door de moordzucht
der soldaten van den hertog van Vendôme in Orléans,
Montpellier, Montauban enz. waren geplunderd.
Hoe onjuist is de voorstelling der regering van Karei
V, waai in gezegd wordt, dat de keizer de wapens
opvatte tegen de Hervorming, en de protestantsche vorsten
zich vereenigden tot gemeenschappelijke verdediging
tegen den keizer. Alsof niet omgekeerd de kleine vor-
sten de aanvallende kerkroovers waren geweest, die zelfs
door Karei tot het laatste toe met toegevendheid zijn
behandeld geworden 1 Als of Melanchton niet zelf ge-
tuigde, 2) dat de keizer eerst in 1546, na jaren van
matiging zijns toorns, begon in te zien, dat de „hard-
nekkigheid" zijner vijanden in Duitschland alleen in den
oorlog een einde zou kunnen nemen?
Ja, Duitschland was te vergelijken bij een huis dat door
de bewoners in brand wordt gestoken. En de eigenaar
zou niets ter blussching daarvan mogen doen?
Velen prijzen den zoogenaamd en Godsdienst-vrede
van Augsburg in 1555, die veeleer een oorlogsverklaring
diende te heeten. Want traden daar de woordvoerders niet
vijandelijk tegen de Katholieken op, toen zij het despotiesch
besluit doordreven : dat de Heer van een land zijnen
onderdanen het geloof mag voorschrijven (cujus regio
ejus et religio)? Konden die vredelievende mannen beter
bewijzen wat hun geroep om godsdienst-vrijheid beteekende ?
1) Zie hierover het jongste onderzoek in de Civiltà Cattolica, Ser. VI
D. IX, X, XI ; en Revue des questions historiques, 1867.
2) Corpus Réf. VI, bl. 10.