Boekgegevens
Titel: Het onderwijs in geschiedenis op de Hoogere Burgerscholen
Auteur: Alberdingk Thijm, Petrus Paul Maria
Uitgave: 's-Hertogenbosch: Henri Bogaerts, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 982
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206358
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis: algemeen
Trefwoord: Geschiedenisonderwijs, HBS
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het onderwijs in geschiedenis op de Hoogere Burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
„neen," en nog eens „neen." Het is eene partijdige voor-
stelling, daar waar een klaarblijkelijk recht gehandhaafd
wordt, deze handeling op eene lijn te plaatsen met de
grootste gewelddaden en ze onder het rubriek van „weder-
zijdsche beschuldigingen" te vereenigen. Want dat
Fhotius, in de negende eeuw, de grondlegger der scheuring,
door toomelooze heerschzucht meer dan eene huichelarij
en gewelddaad heeft gepleegd, welke zeer verschilt van
de wijze waarop hij door de Pausen werd behandeld,
geven de protestantsche, zoowel als de katholieke geschied-
schrijvers gezamentlijk toe.
Een ander voorbeeld, waarvan men evenmin kan zeggen
dat het uit afkeer van de katholieke godsdienst, maar
eenvoudig uit verkeerde opvatting der katholieke eeuwen
voortkomt, en weder een bewijs is van het onbereikbare
des ideaals wat de wetgever zich voorstelde, is deze vol-
zin. „De Paus werd in die tijden (962) beschouwd als
het Hoofd der geheele Christenheid, door wiens toelating
de vorsten regeerden. Maakte een van deze zich aan
ongehoorzaamheid schuldig, dan werd hij in den ban
gedaan, en zijne onderdanen achtten zich daardoor ont-
slagen van alle gehoorzaamheid aan zijne bevelen."
In zulk eene voorstelling gelijkt de geheele wereld op
een marionetten-spel, dat door den Paus in beweging
wordt gebracht. Die „ongehoorzaamheid" zonder nadere
uitlegging waarin of die kon bestaan, welken graad
die alzoo moest bereiken om straf na zich te sleepen, heeft
iets kinderachtigs. En ondertusschen dient deze plaats om de
meest tragische en grootsche tafereel en uit de middel-
eeuwsche toestanden te schilderen. Is dit niet in de voor-
stelling te kort gedaan aan een zeer logiesch te zamen-
hangend stelsel van kerkelijk recht ? Wordt het op deze
wijze zelfs niet belachelijk gemaakt, ofschoon zonder
opzet daarmede eenige lezers te kwetsen?