Boekgegevens
Titel: Het onderwijs in geschiedenis op de Hoogere Burgerscholen
Auteur: Alberdingk Thijm, Petrus Paul Maria
Uitgave: 's-Hertogenbosch: Henri Bogaerts, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 982
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206358
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis: algemeen
Trefwoord: Geschiedenisonderwijs, HBS
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het onderwijs in geschiedenis op de Hoogere Burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
' v' ndsG'T bchoolmü »
ïinseng^acht 151 bij ds Priiistnstraat
17 Ar^ST^-RD'- ]
andere volken het Christendom noemt, kan ik met zeker-
heid getuigen.
En zoo overtreden zij de wet 't eerst, die haar het minst
wenschen te overtreden. Dat dan verder om den toestand
der zestiende eeuw te schilderen, alle vijanden van den
keizer, met hunne ontembare baat- en heerschzucht, slechts
lichtelijk worden genoemd, doch van den anderen kant, door
middel van kaarten zelfs, op de uitge^itrekte kerkelijke bezit-
tingen wordt gewezen en daaruit „de zwelgerij der monni-
ken" en de „Hervorming" wordt afgeleid, is mij evenzeer
bekend. Men betracht deze grove onwaarheden zelfs
tegenover negen tienden Katholieken als zoo volkomen be-
wezen daadzaken en zoozeer tot de profane geschiedenis
te behooren, dat de mededeeling daarvan onberispelijk heet.
Van den eenen kant drijft de wet er dan toe, al wat
een Christen en zelfs een Jood van het hoogste belang
acht om de geschiedenis te verstaan, niet alleen uit te
sluiten, maar zelfs zoodanig te verzwijgen dat in dat
verzwijgen zelf de grootste krenking voor „andersden-
kenden" ligt. Van de andere zijde worden feiten daar-
door zoo verminkt, dat zij totaal van geest veranderen,
en altoos ten nadeele der Katholieken. Laat men van eene
katholieke bijzondere school voor middelbaar onderwijs,
waar de leeraar veel vrijer is dan elders, één voorbeeld
aanhalen van de krenking der Protestanten, gelijk aan
die welke er in onze voorbeelden voor de Katholieken
ligt. Een aantal geschiedenis-leeraars van het middelbaar
onderwijs schijnen uit de wet de gevolgtrekking te maken,
dat men haar niet beter kan naleven dan de wereld en
het menschdom als eenen vergankelijken stofklomp te
beschouwen, en bewijzen, dat zij het peil omtrent de
uitsluiting van alle godsdienst op de school nog lager
willen gesteld zien dan de wet dit aangeeft.
Ziedaar dan tot welke uitkomst de toepassing onzer
3
m