Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
\
86 opleiding van onderwijzers,
V
jaren, die lust en aanleg toonen voor den stand van
onderwijzeresse, teo einde onder de leiding der lioofd-
onderwijzeresse van zoodanige kostschool, voor die
betrekking te worden gevormd.
3. Dezelve beurzen zullen door den minister van bin-
nenlandsche zaken kunnen worden begeven, uiterlijk
voor den tijd van drie jaren; edoch alleen ten be-
hoeve van zoodanige nederlandsche meisjes van op-
geraelden leeftijd, die het stellige voornemen verkla-
ren van zich tot onderwijzeressen te laten opleiden,
en welke reeds behoorlijk bedreven zijn in de gron-
den der nederduitsche en fransche talen, in het maken
van grammaticale en logische ontledingen, alsmede
in de beginselen der getalleer en van de rekenkunde.
2. Bij ministerieel besluit van 4 April 1828, n". IIS is
verder bepaald, dat de beurzen gedurende drie jaren
zullen kunnen genoten worden, doch voorloopig tel-
kens worden toegekend, slechts voor één jaar; voorts
dat de schoolopzieners in wier districten, de met die
beurzen begiftigde meisjes op eene kostschool geplaatst
zijn, speciaal belast zijn met het toezigt over de vor-
ming en de vorderingen derzelve, en deswege een
afzonderlijk verslag bij de commissie van onderwijs,
op de gewone herfstvergadering zullen inleveren;
welke verslagen door de commissie bij eene afzonder-
lijke missive zullen worden ingezonden bij het depar-
tement van binnenlandsche zaken, onder bijvoeging,
casu quo, van hare consideratien en advies, omtrent
de verlenging van den termijn, waarvoor de beurzen
voorloopig zijn toegekend.
Eindelijk, dat de commissie te gelijker tijd bij het-
zelfde departement hare voordragt zal inleveren om-
trent de toekenning der beurzen, waarover op nieuw
zou te beschikken vallen, na deswege speciaal te
hebben gehoord den schoolopziener onder wiens toe-
zigt de kostschool staat, waaraan de opengevallene
beurs was verbonden.