Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
84 OPLEIDIKG VAN OKDERWIJZERS.
voor de opleiding aan 's rijks kweekschool te Haarlem,
aanleg, lust, geschiktheid en voorbereiding vereischt wor-
den ;
Op de voordragt van den inspecteur der latijnsche scho-
len en van het middelbaar en lager onderwijs;
Gelet op art. 10 van Zijner Blajesteils besl. van 31 Mei
1816, n^ 61 ;
Heeft goedgevonden, voor de jongelingen, die verlangen
als kweekelingen in voorschreven gesticht te worden aan-
genomen, de navolgende vereischten vast te stellen:
I. Voor de kweekelingen van den vierjarigen cursus:
1°. Den vollen ouderdom van IS jaren, waarvan
moet blijken uit eene authentieke geboorte-acte. -
T. Het ligchaam in geenen deele misvormd, en van
eene vaste gezondheid.
3°. De spraak hebbe niets gebrekkigs.
4°. Het gehoor zij geschikt voor de zangkunst.
Het verstand zij goed ontwikkeld, hetgene zal
moeten blijken bij mondelijke en schriftelijke voor-
dragt.
6°. Het gedrag zij allezins onbesproken.
7°. Het blijke, in allen opzigte, dat er goede aanleg
met bijzonderen lust voor den onderwijzersstand zij.
8°. Aan het geven van onderwijs zij aanvankelijk
eenig deel genomen.
9°. De verkregene kunde en bekwaamheid mogen
niet beneden het volgende zijn:
a. Goed lezen van proza en poczij;
b. Schrijven van geregeld gevormde letters, groot
en klein, en goed pennen vermaken;
c. Theoretische en praktische rekenkunde; zullende
de vorderingen hierin zich zoo verre moeten uit-
strekken, als het beschouwend en beoefenend re-
kenboek van P. J. Prinsen tot het einde, en de
toepassing daarvan op interestrekening, enz.;