Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
B» Opleiding van onderwijzers en onderwijze-
ressen.
A. Bij Kon. besl. van 31 Mei 1816 is te Haarlem
vestigd eene kweekschool van onderwijzers voor de
lagere scholen.
Ingevolge dat besluit en de wijzigingen bij nadere
Kon. besluiten, laatstelijk bij dat van 13 Mei 1833,
n°. 18, vast gesteld, bestaat'de school uit drie klassen.
De eerste en de tweede klasse zijn van eenen vier-
jarigen cursus, de derde van eenen eenjarigen cursus.
De eerste klasse bevat kweekelingen, elk met het
genot van eene beurs of prebende van f 200 's jaars;
de tweede 4 kweekelingen zonder zoodanig genot; de
derde 10 kweekelingen mede zonder genot eener beurs.
Ieder kweekeling van eene der drie klassen ont-
vangt, bij zijne komst en bij zijn eervol ontslag, eene
douceur van ƒ SO; daarenboven kunnen er zes van de
derde klasse met eene dubbele douceur, zoo bij het
komen als bij het vertrekken, begiftigd worden.
De benoeming eens kweekelings geschiedt door
het departement van binnenlandsche zaken, na inge-
nomen advies van den schoolopziener, in wiens district
de adspirant woonachtig is. Die benoeming is aan-
vankelijk voorloopig voor drie maanden, na welken
termijn zij, op gunstig berigt van den directeur,
wegens aanleg, vorderingen en gedrag, nader wordt
gearresteerd.
De vereischten tot de toelating, vast gesteld bij mi-
nisterieel besluit van 30 Nov. 1839, n°. 128, Sde
afd., zijn van den navolgenden inhoud:
De minister van binnenlandsche zaken, overwegende dat