Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
82 SCHOOLVERYULLÏNGEIV.
/. Üe hoofdinhoud van het kon. besl. van 2 November 1823,
n°. 161, is woordelijk opgenomen in de nota 5 zie hetzelve
in zijn geheel hierachter in het aanhangsel.
g. Missive van den minister van binnenlandsche zaken, on-
derwijs en waterstaat van den 9 Junij 1824 aan den gou-
verneur der provincie Groningen^ enz.
Ten gevolge uwer missive van 28 Mei 1824, 6, heb
ik de eer UHEd. Gestr. bij deze te doen toekomen het af-
schrift mijner resolutie van heden, genomen in overeenkomst
met het voorstel daarbij gedaan, wegens het verleenen van
autorisatie, tot het benoemen en aanstellen van de daarin
geneemde onderwijzeresse tot stads-kostschoolhouderesse te
Groningen^ aan de regering dier stad, dewelke als nu hier
door wordt in staat gesteld en bevoegd is, om overeenkom-
stig met het reglement van bestuur, voor hare stad vast ge-
steld op 5 Januarij 1824, n°. 46, dezelve onderwijzeresse
tot gezegden post te benoemen en aan te stellen. Het kan
toch uit vergelijking ook van het kort vooraf gegane besluit
Zijner Majesteit van 2 November 1823, 161, mede in de
missive van UIlEd Gestr. aangehaald, wel geenen twijfel lij-
den, of de benoeming, aanstelling en zelfs de toelating van
eenigen onderwijzer of eenige onderwijzeresse^ (die van klein-
kinderscholen alleen uitgezonderd) kan en vermag niet te
geschieden, zonder de bij dat besluit uitdrukkelijk gehand-
haafde dezerzijdsehe autorisatie. Tusschen dit algemeen be-
sluit cn gezegd stedelijk reglement, gelijk ook alle andere
dergelijken, is dan ook geenerhande strijdigheid: veelmin
kan het eerste geacht worden door het laatste eenigermate
gewijzigd of ingetrokken te zijn.